Winkeldiefstal: zakgeld overbodig?

Winkeldiefstal: zakgeld overbodig?



Volgens de Federale Politie waren er in Leuven 636 geregistreerde winkeldiefstallen in 2010. Dat is bijna een verdubbeling van de 368 die er in 2000 waren. Een aantal van die diefstallen werden gepleegd door minderjarigen. Die vliegen natuurlijk niet in de gevangenis. Maar wat gebeurt er dan wel met jongeren die betrapt worden op stelen? En waarom doen ze het? Mijn Leuven sprak met Sarah*, die in haar jonge jaren de winkelrekken plunderde zonder langs de kassa te passeren.
Tekst: Emilie Van L. / foto’s: Wendy P.



Jong
Sarah (21): ‘Het begon op mijn vijftiende, in mijn derde middelbaar. Ik kreeg maar 8 euro zakgeld per week om uit te gaan, dus dat was snel op. Ik ging met een vriendin in een supermarkt inkopen doen voor een Halloween feestje. Ons mandje zat vol met prulletjes. We vonden het stom om te betalen, dus namen we ze zo mee. In totaal stalen we voor ongeveer 10 euro. We werden niet betrapt. De truc was om van alles weg te steken in je jas of tas en dan iets kleins aan de kassa te betalen. We kochten gewoon een pakje chips en moffelden de rest weg.’

Lef
‘Stelen zonder gepakt te worden, gaf een adrenalinerush. Af en toe stal ik iets om te bewijzen dat ik het lef had om dat te doen. En het talent natuurlijk. Ik voelde me euforisch en vaak slimmer dan de rest. Na verloop van tijd werd ik steeds creatiever. Ik nam dan twee tubes lipgloss en stak die onder mijn voeten, één in elke schoen. Dat deed wel pijn om te stappen, maar ik wandelde er zo mee buiten.’

Op het nippertje
‘Op een dag merkte ik dat er geen beveiliging aan de kleren hing in een klein winkeltje in Leuven. Ik wilde een bloesje stelen. Het meisje dat bij me was, wilde wel betalen. Dat was oké. Zij kocht iets en ik stak mijn gestolen bloesje in de zak met haar aankoop. Toen we vertrokken, kwamen de verkoopsters op ons af. Ze zeiden dat hun baas ons ervan verdacht iets te hebben gestolen, en wilden onze tassen nakijken. Ze checkten onze rugzakken, maar niet de zak met het gestolen bloesje. Ik heb toen heel veel geluk gehad. Maar ik had ook heel veel spijt. Ik wilde niet meer stelen.’

Betrapt!
‘Bijna drie jaar later, ik was nog net zeventien, deed ik het toch weer. Ik was met een vriendin en haar lief op stap. Hij had de gewoonte kleine juweeltjes te stelen, en dat kon gauw oplopen tot 70 euro. Ik had toen een baantje en vond het zo oneerlijk dat ik moest werken voor mijn geld, terwijl hij gewoon nam wat hij wou. Dus toen ik ging inkopen doen in een supermarkt, vond ik het weer stom om voor een boel accessoires te betalen. Ik wilde de oude tactiek toepassen: één ding kopen en de rest meenemen zonder te betalen. Maar aan de kassa hield een vrouw me tegen. Ik was betrapt.’

Oef!
‘Ik moest meekomen naar een aparte kamer. Onmiddellijk begon ik te huilen. De winkelverantwoordelijke zei dat ze de politie niet ging bellen, omdat ik geen al te dure dingen had gestolen. Dat kon me op dat moment niet schelen, als ze mijn ouders maar niet belde! Uiteindelijk heb ik gewoon zelf alles betaald, en ben ik mogen vertrekken. Ik schaamde me dood. Na een tijdje heb ik het thuis aan mama verteld. Zij was zo teleurgesteld in mij en daardoor voelde ik me nog schuldiger. Mijn papa weet het niet. Misschien vertel ik het ooit nog wel eens, op zijn sterfbed. Sommige van mijn vrienden stelen nog altijd, dat wringt wel een beetje. Ik heb het gevoel dat ik er te volwassen voor ben geworden. Het is het echt niet waard.’

Wat als?
Sarah heeft veel geluk gehad. De politie is er nooit bijgehaald. Het had ook heel anders kunnen lopen. Het parket van Leuven legt uit wat er gebeurt met minderjarige winkeldieven als de politie wordt ingelicht.
‘De jongere moet mee naar het politiebureau op de Philipssite. Daar wordt hij grondig gefouilleerd en mogelijk zelfs vastgehouden in een cel. De politie belt de ouders en verhoort dan de jonge winkeldief. Die moet sowieso de gestolen spullen teruggeven en als er iets beschadigd is, moeten de ouders de volledige prijs terugbetalen. Als die dat niet kunnen of willen, komt de bemiddelingsdienst BAL erbij. De jongere kan dan eventueel via het provinciale Vereffeningsfonds een werkproject uitvoeren, waarbij al het geld naar de winkel gaat.

Naast de schadevergoeding zijn er drie mogelijke gevolgen. Als de jongere voor het eerst op   winkeldiefstal betrapt wordt, krijgt hij enkel een waarschuwende brief, net als z’n ouders. De brief maakt duidelijk dat de jongere naar de jeugdrechter vliegt als hij opnieuw in de fout gaat. De tweede mogelijkheid is dat het parket van Leuven de jongere ontbiedt voor een gesprek. Ook hier krijgt hij te horen dat de volgende misstap een ticket naar de jeugdrechter betekent. Als de jonge winkeldief hervalt in z’n gedrag en naar de jeugdrechtbank moet, kan hij een werkproject krijgen, of zelfs geplaatst worden in een open of een gesloten instelling.’

Misschien toch maar beter die handen thuis houden …